De Outback of Australia
Door: Wilco
Blijf op de hoogte en volg Robin & Julian
28 April 2009 | Australië, Sydney
De volgende morgen gaan we toch even proberen of het vastlopen nu te wijten is aan de auto of auto en trailer. We schakelen weer de four wheel drive in en dit maal trekt de auto zich door het zand heen. Af en toe schuift hij alle kanten heen en over de stenen naar boven en beneden schudden we flink door elkaar. Na vijf kilometer wordt het te heftig en draaien we om. We rijden wederom terug naar Arltunga en melden ons af. Daarna weer dezelfde weg terug naar Alice Springs. Na alle vliegen en al het zand besluiten we om onszelf weer eens te verwennen, we nemen een motel in Alice Springs. Het zwembad wast wederom het rode zand van ons af en de airco draait overuren.
Vandaag beginnen we aan de, door sommige van ons (Hanneke) gevreesde Tanami Road. Deze begint net buiten Alice Springs en voert ons naar de westkust van Australië. De weg is 1050 kilometer lang en behalve de eerste 180 kilometer onverhard. Het is een oude stockroute, een verplaatsingsweg voor vee. De gemiddelde snelheid bedraagt 78 kilometer per uur en er zal dus minimaal een overnachting in de bush moeten plaatsvinden. De eerste 180 kilometer voelen als een verademing, zonder te weten wat er gaat komen. Ook zullen we hier de befaamde road trains tegen komen. Na 180 kilometer volgt er zand, steentje, grotere stenen en nog groter stenen, kleine gaten en grotere gaten en kilometers wasbord. Dit moet je berijden met minimaal 80-90 kilometer per uur wil de auto niet spreekwoordelijk uit elkaar trillen. Dit in combinatie met los zand, en de eerder genoemde gaten en stenen maakt het een behoorlijk spannend ritje. Na verloop van tijd staat het water letterlijk in mijn handpalmen. De auto vliegt af en toe bijna letterlijk over de weg en lijkt soms oncontroleerbaar. De trailer volgt gestaag maar lijkt soms een eigen mening te hebben. Dag 1 komen we slechts negen voertuigen tegen, waarvan zes road trains. De road trains rijden met een gigantische snelheid over de weg en het is dus verstandig om bij het passeren zachter te gaan rijden of stil te gaan staan. De langste zijn wel 53 meter lang en maken een enorme stofwolk waarna je minuten lang niets meer ziet. Hier moet je dus echte stuurmanskunsten voor bezitten. Rond de middag komen we aan bij Yuendumu. Hier willen we wat eten en natuurlijk tanken. Ondanks het feit dat we twee benzinetanks hebben (90 en 69 liter) en de twee jerrycans gevuld hebben met 40 liter is het toch verstandig om bij elke gelegenheid te gaan tanken. Die gelegenheden doen zich maar drie keer voor op het gehele stuk. We rijden het kleine Aboriginal dorpje in en zoeken naar de pomp (lees: gelegenheid waar benzine verhandeld wordt). We zien vooral veel rommel. Heel veel rommel en gesloopte huizen, autowrakken en vuilnis. Dan zien we een loods met een pompje. We vragen aan de medewerker of er benzine te krijgen is en ondanks het feit dat hij pauze heeft helpt hij ons vriendelijk. (Hij vroeg wel eerst of het de moeite was om voor op te staan) Nadat we weer voor $ 100,- getankt hebben, nemen we ook wat eten mee. In een ander gedeelte van de loods bevindt zich de take-away. Er ligt friet, een stuk pizza, en wat snacks. We besluiten om voor de kinderen worst op een stokje te nemen, wat friet en voor onszelf de pizza. Die wordt vervolgens met een schaar doorgeknipt en overhandigd. De medewerker lacht en roept: High Tech right? Ik vraag waar de meeste lokale bewoners zijn en hij geeft aan dat er 1200 Aboriginals wonen maar de meesten zitten momenteel in de bush want er zijn enkele begrafenissen. Voorlopig is het dorpje redelijk leeg op wat dingo’s en de stapels vuilnis na. De pizza smaakt overigens heerlijk en we rijden naar onze bush camping Renahans Bore. Dat wil zeggen een plaats in de woestijn waar ruimte is gemaakt om te overnachten. Zonder voorzieningen dus maar met vliegen en een schitterende zonsondergang. We maken vuur en genieten van het donker. Hier is dus honderden kilometers niets. We slapen heerlijk en worden ‘s morgens vrij vroeg wakker. De vliegen ook. Na vlug wat gegeten te hebben in de tent, rijden we weer verder. We gaan proberen om tot het einde te rijden, Halls Creek, maar dit betekent 600 kilometer dirt road. De eerste kilometers gaan prima en we halen de 100 kilometer per uur. Rond 10.00 uur, we rijden nu twee uur, verandert de weg. Het wordt nu behoorlijk ruig en we zijn regelmatig genoodzaakt om met 40 kilometer per uur de slechte stukken te passeren. Gisteren was dus een eitje in vergelijking met vandaag. Vooral vanaf de grens met Western Australia wordt het nog slechter. Hier liggen de grote mijnen en de weg wordt regelmatig kapot gereden door grote mijntrucks. Onze eerste tegenligger passeren we rond 12.30 uur nadat we 4 ½ uur en 300 kilometer hebben gereden! In totaal passeren er ons maar zes voertuigen vandaag. Wat we wel veel zien zijn autowrakken en kapotte banden. Wij zijn echter goed voorzien: we hebben dus 200 liter brandstof, ongeveer 50 liter water, drie reservebanden, een noodreparatiesetje voor de banden en voor een week aan eten bij ons. Lolly’s voor de kinderen, drie zakken rijstwafels (vinden ze heerlijk en kunnen gebruikt worden om ze stil te houden) en een kilo amandelen (voor papa). Ook hebben we voldoende gereedschap en spullen om onszelf los te trekken, indien we vast komen te zitten. De eerste benzinetank raakt aardig leeg en we willen dit gaan aanvullen in Rabbit Flat. Dit is een roadhouse in de middle of nothing. Op de kaart hebben we gezien dat op dinsdag, woensdag en donderdag het roadhouse gesloten is. Daar aangekomen zien we een pompje, daarboven liggen de tanks en in het huisje stommelt iemand in een winkeltje. We besluiten door te rijden en de volgende pomp (300 kilometer verder) in Billiluna te nemen. Deze is tussen de middag gesloten, van 12.00 tot 14.00 uur en wij komen hier om 13.35 uur aan. Dan blijkt dat de tijd wederom verzet is: anderhalf uur terug (Western Australia) Het is dus nu 12.05 uur hier en we moeten dus nog minimaal twee uur wachten. We hebben nu nog 180 kilometer te gaan en de eerste tank is leeg en de reservetank een derde. We hebben dus nu in de reservetank nog ongeveer 40 liter en twee kannen van elk 20 liter. Op deze weg rijdt de auto 1 op 5 dus kunnen we nog 400 kilometer rijden. (voorzichtige schatting) De weg wordt slechter en slechter en de snelheid gaat er dan ook behoorlijk uit. Met nog 50 kilometer te gaan besluiten we om een jerrycan te legen in de auto en rond 15.00 uur komen we bij het einde van de Tanami Road aan. Gelukkig is het allemaal goed. We rijden nog 16 kilometer naar Halls Creek. Hier zetten we de tent op en springen moe maar voldaan in het warme zwembad van de “camping”. ‘s Avonds slapen we slecht want het blijft 26 graden.
Resultaat Tanami Road: 1050 kilometer, 15 tegenliggers gezien, waarvan 6 road trains, 30 autowrakken, een dikke spin en heel veel kapotte autobanden. (en veel stijve spieren bij de chauffeur) Maar toch de moeite waard!
-
28 April 2009 - 05:25
Maurice:
hoi daar ik zie dat het nog steeds super gaat wij zijn jaloers hier op jullie.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley